Een onverwachte ontdekking over het effect van corticoïden op de lever bij katten
Prednisolon zou celmembranen kunnen stabiliseren en de vrijstelling van celenzymen verminderen in niet-pathologische omstandigheden.
Leverziekte treedt vaak op bij katten en wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door leverontsteking. Evaluatie van de lever omvat bij katten gewoonlijk controle van de activiteit van transaminase (ALT en AST), alkalisch fosfatase (AF) en gamma-glutamyltransferase (GGT). Ook bilirubine, cholesterol en de galzuren worden bepaald. Deze parameters worden niet enkel gebruikt voor de diagnose van leveraandoeningen maar ook voor de opvolging van de ziekte-evolutie en de respons op de behandeling. Verschillende leveraandoeningen hebben een invloed op de captatie en afvoer van galzuren door de hepatocyten. Dit maakt de serum galzuren één van de gevoeligste labotests voor het beoordelen van de leverfunctie bij kleine huisdieren.
Corticosteroïden zijn het meest gebruikte geneesmiddel bij inflammatoire, niet-infectieuze leveraandoeningen bij katten. Bepaalde effecten van corticosteroïden op de activiteit van AF, ALT, AST en GGT werden bij katten bestudeerd maar de invloed ervan op galzuren werd bij deze diersoort tot op heden nooit onderzocht.
Galzuren zijn organische zuren die door de hepatocyten worden gesynthetiseerd uit cholesterol en die in de gal worden uitgescheiden. Na synthese in de lever worden ze geconjugeerd met glycine of taurine om hun oplosbaarheid te verhogen. Vervolgens worden de galzuren uitgescheiden in de galwegen en vervolgens in het duodenum. Daar emulgeren ze lipiden uit de voeding en bevorderen ze de vorming van micellen voor de vertering en absorptie van vetten. Het merendeel wordt opnieuw geabsorbeerd ter hoogte van het laatste deel van het ileum en keert via de v. porta terug naar de lever waardoor de enterohepatische cyclus is voltooid. Een kleine fractie bereikt het colon waar het bacteriële mechanisme secundaire galzuren aanmaakt. De synthese, secretie en intestinale heropname worden beïnvloed door verschillende factoren zoals intestinale malabsorptie, obstructie van de galwegen, leverinsufficiëntie, portosystemische shunts en bepaalde hormonen zoals glucocorticoïden en thyroxine.