Eerste casus: een 10 maanden oude reu (Jack Russell Terrier kruising), met een gewicht van 5 kg, werd bij de dierenarts gebracht vanwege een aanhoudende hoest en zwakte die al drie weken aanhielden. Er werd geen noemenswaardige medische voorgeschiedenis gemeld. Het klinisch onderzoek was normaal, zonder abnormale ademhalingsgeluiden of hartruis, en bloedonderzoek bracht geen afwijkingen aan het licht.
Röntgenfoto's van de borstkas (rechts lateraal, links lateraal en ventro-dorsaal) toonden een duidelijke en onevenredige verwijding van het linkeratrium, zonder verwijding van de andere hartholtes.
De hond werd doorverwezen naar een gespecialiseerde cardioloog. De uitgevoerde tests wezen op een niet-verdichting van de linkerhartkamer. De diagnose werd gesteld op basis van een combinatie van symptomen: hypertrabeculatie van het linkerhartspierweefsel, communicatie tussen de intertrabeculaire recessen en het ventrikellumen, en een telesystolische verhouding tussen de niet-verdichte binnenste lagen en de verdichte buitenste lagen van meer dan 2. Vervolgens ontwikkelde de hond snel congestief linkerhartfalen en werd hij om humane redenen geëuthanaseerd, zonder autopsie.
Tweede casus: een 5 maanden oude reu (Jack Russell Terrier kruising), met een gewicht van 3,7 kg, werd aangeboden met acute dyspneu en hoesten. Er werd geen relevante medische voorgeschiedenis gemeld. Het klinisch onderzoek bracht tachycardie, tachypneu met abdominale inspanning, algemene longcrepitatie bij auscultatie en een lage zuurstofsaturatie aan het licht, zonder waarneembare hartruis.
Een echocardiografie, uitgevoerd door dezelfde radioloog als in de eerste casus, leidde tot de diagnose van NCVG en een klein aneurysma van het perimembraneuze ventriculaire septum, dat klinisch niet significant werd geacht. De eigenaren kozen voor humane euthanasie en wilden geen autopsie.