Extensieve veehouderij in terugval, een bedreiging voor het ecologisch evenwicht in Europa
Een studie wijst op een wereldwijde trend die gebieden treft waar meer dan 40% van de wereldwijde veestapel geconcentreerd is en die vooral Oost-Europa zwaar raakt, waar de veestapel in de voorbije 25 jaar met 35% is afgenomen.
De veebezetting, met andere woorden het aantal dieren dat een terrein duurzaam kan dragen, is in regio’s over de hele wereld aanzienlijk gedaald. Dat is de belangrijkste conclusie van een internationale studie onder leiding van José D. Anadón van het Pyreneïsch Instituut voor Ecologie (IPE-CSIC) en Osvaldo E. Sala van de Arizona State University. De resultaten, gepubliceerd in PNAS (The Proceedings of the National Academy of Sciences), tonen een uitgesproken afname van de veestapel in gebieden die 42% van de wereldwijde veestapel herbergen. Hoewel dit proces zich gedurende de afgelopen 25 jaar heeft ontwikkeld, benadrukken de onderzoekers dat de omvang ervan grotendeels onopgemerkt is gebleven en dat deze wereldwijde trend het dominante verhaal in vraag stelt waarin overbegrazing wordt aangeduid als oorzaak van de degradatie van graslanden.
Momenteel is extensieve begrazing de meest verspreide vorm van landgebruik ter wereld. Toch blijft de beschikbare informatie over deze praktijk en haar dynamiek opvallend beperkt, omdat de karakterisering ervan afhankelijk is van landbouwstatistieken die per land of op regionale schaal worden opgesteld en waarvan kwaliteit en resolutie sterk verschillen. Daartegenover staan andere veranderingen in landgebruik — zoals de omzetting van natuurlijke gebieden naar akkerland of stedelijke zones — die veel nauwkeuriger gekend zijn en relatief eenvoudig via satellietbeelden kunnen worden bestudeerd. Volgens de onderzoekers heeft dit gebrek aan homogene informatie ertoe bijgedragen dat de trends van afnemende veestapels grotendeels onopgemerkt bleven in de wetenschappelijke literatuur en in globale analyses.