Huidige gegevens ondersteunen verband tussen graanvrije diëten en gedilateerde cardiomyopathie bij de hond
Verschillende studies wijzen erop dat deze voedingsgerelateerde hartveranderingen kunnen verbeteren, soms aanzienlijk, na de overstap naar een formule met granen.
Gedilateerde cardiomyopathie (DCM) is de op één na meest voorkomende verworven hartaandoening bij honden, na myxomateuze degeneratie van de mitralisklep. Ongeveer 0,5% van de hondenpopulatie heeft deze aandoening, voornamelijk honden van grote rassen zoals de Dobermann, maar ook bepaalde middelgrote rassen, waaronder de Cocker Spaniel. Hoewel DCM traditioneel wordt beschouwd als een voornamelijk erfelijke aandoening, kan het ook secundair ontstaan door andere factoren, zoals voedingstekorten, endocriene aandoeningen, myocarditis en chronische tachycardie. Er zijn echter steeds meer aanwijzingen dat voeding een belangrijke rol kan spelen bij het ontstaan en de progressie van de ziekte.
De afgelopen jaren hebben dierenartsen-cardiologen een toenemend aantal gevallen van CMD gemeld bij rassen zonder bekende genetische aanleg. Het probleem kwam in 2018 onder de aandacht van het publiek toen de FDA, in reactie op bezorgdheid van cardiologen, een openbare verklaring aflegde en een onderzoek naar de kwestie instelde. De huidige kennis wijst erop dat CMD, naast gevallen die geen verband houden met voeding, in twee vormen kan voorkomen die wel verband houden met voeding: de ene vorm houdt verband met een tekort aan taurine en de andere vorm houdt verband met nog niet geïdentificeerde voedingsfactoren. Gezien de toename van het aantal gevallen hebben verschillende studies geprobeerd om het verband tussen voeding en CMD te onderzoeken. Deze studies richtten zich voornamelijk op graanvrije/peulvruchtenrijke diëten en de veelvoorkomende ingrediënten daarvan, zoals peulvruchten (bijvoorbeeld erwten en linzen). Ander onderzoek heeft de rol van het taurinemetabolisme en mogelijke raciale aanleg voor taurinedeficiëntie geanalyseerd. Recentere hypothesen suggereren dat de darmflora ook zou kunnen bijdragen aan de gezondheid van het hart.