Raskatten hadden een 2,5 keer hoger risico op dystocie dan kruisingen, terwijl brachycefale katten een ruim drie keer hoger risico hadden dan niet-brachycefale katten. De rassen met het hoogste risico op dystocie ten opzichte van kruisingen waren de Devon Rex, Tonkinees, Birmaan, Exotic Shorthair en Brits Korthaar.
Poezen jonger dan 3 jaar hadden een significant hoger risico op dystocie dan poezen van 3 tot 5,9 jaar. “Het verband tussen brachycefalie en dystocie draagt verder bij aan de groeiende hoeveelheid bewijs dat selectie op extreme lichaamskenmerken bij katten verband houdt met nadelige gevolgen voor de gezondheid”, aldus de auteurs.
De klinische behandeling omvatte in 35% van de gevallen de toediening van oxytocine en bij 35,8% van de poezen met dystocie werd een keizersnede uitgevoerd. De worpgrootte bleek een risicofactor voor een keizersnede: bij nesten van 5 tot 6 kittens was de kans op een keizersnede meer dan zes keer zo groot als bij nesten van 1 of 2 kittens.
Tijdens de spoedbehandeling overleed 3,5% van de poezen met dystocie en 38,5% van de kittens stierf vóór ontslag uit de kliniek. Dit benadrukt het belang van snel ingrijpen.
Volgens de auteurs kan kennis over deze hoogrisicogroepen, waaronder jonge, raszuivere en brachycefale poezen, “dierenartsen en eigenaars helpen om poezen met een verhoogd risico op dystocie te identificeren en ervoor te zorgen dat zij sneller veterinaire zorg krijgen”.
“Dystocie kwam voor bij bijna 1% van alle poezen (gesteriliseerd of niet) die tijdens de onderzoeksperiode bij spoedklinieken werden aangeboden. Na correctie van de gegevens voor de waarschijnlijkheid dat een poes gesteriliseerd was, zou de werkelijke incidentie bij niet-gesteriliseerde poezen echter tot 6,2% kunnen bedragen. In combinatie met de hoge maternale en neonatale sterfte die in deze studie werd vastgesteld, tonen deze resultaten aan dat dystocie een belangrijk welzijnsprobleem vormt binnen de kattenfokkerij”, voegen de auteurs eraan toe.