Richtlijnen van de International Renal Interest Society (IRIS) voor niervervangende therapie bij honden en katten
Continue nierfunctievervangende therapie wordt gebruikt voor de behandeling van acute nierinsufficiëntie bij honden en katten.
Ernstige acute nierinsuffiiëntie (ANI) bij honden en katten verhoogt het risico op morbiditeit en mortaliteit aanzienlijk. Nierfunctievervangende therapie (RRT) is een geavanceerde extracorporele behandeling die kan worden toegepast via verschillende platformen (machines) en modaliteiten (procedures). Het type behandeling wordt bepaald door het extracorporele voorschrift en niet door het platform zelf. Bij intermitterende nierfunctievervangende therapie (IRRT) wordt een extracorporeel toestel gebruikt voor de dialyse gedurende 4 tot 6 uur. Een continue nierfunctievervangende therapie (CRRT )is ontworpen voor langdurige dialyse ( ≥ 24 uur). IRRT kan worden toegepast via CRRT platforms maar is dan vaak minder efficiënt en een continue behandeling kan worden toegepast via IRRT maar er zijn beperkingen.
Dierenartsen uit verschillende landen ontwikkelden recent een richtlijn voor het gebruik van CRRT platformen voor langdurige of continue behandeling. Volgens deze richtlijn wordt de continue behandeling ingedeeld in transitie CRRT (T-CRRT) en conventionele CRRT (C-CRRT). T-RRT is een continue RRT die gewoonlijk via een C-CRRT platform wordt toegediend gedurende 12 tot 24 uur en die is ontworpen als overgangsbehandeling naar IRRT (behalve bij snel herstel). C-CRRT is een continue therapie over meerdere dagen om dieren met ANI te ondersteunen tot de nierfunctie of de hemodynamische stabiliteit verbeterd is of tot een definitief klinisch resultaat wordt bereikt.
Continue nierfunctievervangende therapie is een geavanceerde extracorporele techniek die vooral bij kritieke dieren wordt toegepast voor de benadeling van ernstige acute nierinsufficiëntie. T-CRRT en C-CRRT bieden voordelen door progressieve en duurzame verwijdering van opgeloste stoffen en vloeistoffen. Hierdoor verbetert de hemodynamische stabiliteit en is een nauwkeurigere volumeregeling mogelijk. Dit is vaak cruciaal bij kleine dieren en bij hemodynamisch instabiele patiënten.