Foto: Kevin Seibel op Unsplash

Foto: Kevin Seibel op Unsplash

Risico op ruptuur van craniale kruisband 5,5 keer hoger bij teven die nooit hebben geworpen

Een studie bij vrouwelijke rottweilers onderzocht het verband tussen het werpen en andere factoren, zoals voeding, bij het optreden van een ruptuur van de craniale kruisband.

Bij dracht is er een aanzienlijke afwijking van de normale fysiologie. Er zijn steeds meer aanwijzingen bij vrouwen dat zwangerschap een levensgebeurtenis is die de weerstand tegen ziekten kan herstellen, waardoor het risico op latere ongunstige gezondheidsresultaten afneemt. Er zijn bij vrouwen steeds meer aanwijzingen dat zwangerschap invloed kan hebben op borstkanker, dementie en de snelheid van cognitieve achteruitgang, evenals op het tempo van veroudering.

Onderzoek naar dit principe bij gedomesticeerde honden bleef grotendeels beperkt tot enkele publicaties die suggereren dat teven die hebben geworpen mogelijk minder kans hebben op het ontwikkelen van pyometra dan nullipare teven. Het verband tussen dracht of pariteit (dat wil zeggen het voortbrengen van levende nakomelingen) en het later optreden van niet-reproductieve degeneratieve aandoeningen bij teven is echter nog niet onderzocht.

Onderzoek naar ruptuur van craniale kruisband bij honden

Vroeger werd aangenomen dat een ruptuur van de craniale kruisband (CCL) het gevolg was van trauma, maar tegenwoordig wordt gedacht dat de meeste van deze rupturen het gevolg zijn van een niet-traumatisch degeneratief proces: een progressieve afbraak van de ligamentvezels die kan worden versneld door lokale en systemische factoren die bijdragen aan insufficiëntie van de kruisband. Daarnaast beïnvloeden genetische en omgevingsfactoren het risico op een ruptuur van de craniale kruisband.

Op basis van studies naar ruptuur van de craniale kruisband bij labradors, een ras met een hoog risico, wordt deze aandoening als matig erfelijk beschouwd.

Er bestaat ook een sterk verband tussen blootstelling aan gonadale hormonen, de leeftijd waarop de gonaden worden verwijderd en de kans op een ruptuur van de craniale kruisband. Dit suggereert dat het risico onder endocriene invloed kan staan. Bij rottweilers werd een vroege endocriene verandering tijdens de ontwikkelingsperiode - verwijdering van de gonaden tijdens de eerste 24 levensmaanden - in negatief verband gebracht met drie indicatoren van verhoogde gevoeligheid: een hogere incidentie van ruptuur van de craniale kruisband, bilateraliteit (ruptuur aan beide zijden) en een jongere leeftijd bij de eerste ruptuur van de craniale kruisband.

Op basis van het waargenomen verband tussen de gonadale status en de integriteit van de kruisband gedurende het hele leven voerde een groep Amerikaanse wetenschappers een eerste evaluatie uit van het verband tussen pariteit en ruptuur van de craniale kruisband bij een aantal vrouwelijke rottweilers.

Een eerdere studie van dezelfde onderzoeksgroep had aangetoond dat bij teven die de reproductieve volwassenheid hadden bereikt (dat wil zeggen waarvan het voortplantingsstelsel op de leeftijd van 24 maanden nog intact was), teven die hadden geworpen een significante vermindering van 93% van het risico op een ruptuur van de craniale kruisband vertoonden ten opzichte van nullipare teven.

65 rottweilerteven

In deze nieuwe studie breidden de onderzoekers hun oorspronkelijke bevindingen uit door 65 bijkomende vrouwelijke rottweilers te evalueren. De levenslange incidentie van een door een dierenarts gediagnosticeerde kruisbandruptuur werd vergeleken tussen nullipare en multipare teven.

De onderzoekers verzamelden gegevens over de reproductieve voorgeschiedenis en diagnoses van kruisbandruptuur gedurende het hele leven. Daarbij hielden zij rekening met andere blootstellingsvariabelen, waaronder overgewicht en lichaamsconditie, voeding, gebruikelijke lichaamsbeweging en werk- of sportactiviteiten. Daarmee wilden ze de volgende vraag beantwoorden: zijn dracht en het werpen van levende pups geassocieerd met een significante bescherming tegen of juist een verhoogde gevoeligheid voor een latere kruisbandruptuur?

Aan de hand van de verzamelde gegevens stelden de onderzoekers gedetailleerde medische en reproductieve dossiers op voor 33 nullipare en 32 multipare rottweilers, op basis van vragenlijsten en een beoordeling van de medische dossiers. Interviews met de eigenaars van nullipare teven werden gebruikt om selectiebias te beperken. Daaruit bleek dat in geen enkel geval de nullipariteit het gevolg was van het vermoeden van de eigenaar dat de teef een verhoogd risico op een ruptuur van de craniale kruisband had.

Het risico op een ruptuur van de craniale kruisband in verband met pariteit en de andere blootstellingsvariabelen werd geschat met behulp van mathematische modellen. In totaal werd bij 17 van de 65 teven (26%) een ruptuur van de craniale kruisband vastgesteld. De gemiddelde leeftijd bij het eerste nest en bij de ruptuur van de craniale kruisband bedroeg respectievelijk 3,6 en 6,5 jaar.

Significante vermindering van 94% van het risico op een CCL-ruptuur

In vergelijking met nullipare teven vertoonden multipare teven een significante vermindering van 94% van het risico op een ruptuur van de craniale kruisband, na correctie voor de duur van de blootstelling aan ovariumhormonen, lichaamsconditie en overgewicht, voeding, gebruikelijke lichaamsbeweging en werk- of sportactiviteiten.

“De 5,5 keer lagere incidentie van CCL-ruptuur die bij multipare teven werd waargenomen, kon niet worden verklaard door verschillen tussen de multipare en nullipare groepen wat betreft andere blootstellingsvariabelen, zoals voeding, lichaamsconditie en lichaamsbeweging”, aldus de auteurs.

Wat de voeding betreft, kwam de consumptie van rauwe voeding vaker voor bij teven die hadden geworpen dan bij nullipare teven (respectievelijk 56% tegenover 36%). Deze vaststelling bracht de auteurs ertoe het verband tussen rauwe voeding, pariteit en kruisbandruptuur nader te onderzoeken. Zij vonden echter geen verband tussen de consumptie van rauwe voeding en een verminderd risico op kruisbandruptuur, maar eerder een tegengestelde trend. Over het geheel genomen “hadden teven die af en toe of dagelijks rauwe voeding kregen 1,4 keer meer kans op een kruisbandruptuur dan teven die nooit rauwe voeding hadden gekregen”.

Concluderend maken deze resultaten de weg vrij voor verder onderzoek bij andere hondenpopulaties om een mogelijk verband vast te stellen tussen pariteit, de gevoeligheid voor een CCL-ruptuur en het risico op andere niet-reproductieve gezondheidsuitkomsten.